Nederlands–Fries woordenboek

Friese vertaling van het Nederlandse woord trek

Nederlands → Westerlauwers Fries
  
NederlandsWesterlauwers Fries (indirect vertaald)Esperanto
trek hebben in
(begeren; verkiezen; verlangen; wensen; verlangen naar; zin hebben; zin hebben in)
ferlangje
(aanlokken; aantrekken)
ferlokje
(aanhalen; aantrekken)
oanlûke
🔗 Maar het was het etiket dat Poirots aandacht trok.
(tekenen; aftekenen; uittekenen)
tekenje
(aftrekken; laten trekken; zetten)
ôftrekke
🔗 „Het bespaart me in de voeding”, placht zij te zeggen wanneer ze er een voedzaam soepje van trok.
sûgje
;
sûchje
suĉi
🔗 Hij trok aan zijn sigaar.
(halen)
tsjen
;
lûke
🔗 Als je aan dit touw trekt, halen we je weer naar boven.